Keti koti in de Paleiskerk
- Rolanda Correia
- 19 jul
- 3 minuten om te lezen
Keti koti, verbreek de ketenen, herdenking van het slavernijverleden op 1 juli. Veel meer wist ik er niet van. Dat ging veranderen, want Roger Wong, nieuwe parochiaan en lid van de werkgroep oecumene, had ons uitgenodigd voor de Keti koti herdenkingsdienst op 29 juni in de Doopsgezinde Gemeente van Den Haag. Hij had die georganiseerd en het was niet zomaar een viering.

Allereerst werden we (ik ging erheen met mijn dochter Anna) hartelijk welkom geheten in de kerk die ligt in de voormalige Paleistuin van het paleis Noordeinde. Een mooie, lichte zaal, waar bloemen klaarstonden en de voorganger, Marijn Vermet, ons begroette. Een prettige omgeving met aandacht voor de mensen. Samen zingen uit het Liedboek onder begeleiding van de piano. Een gebed, een lezing uit de brief van Paulus aan de Galaten: “… Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Chistus Jezus.” In zijn overweging ging Marijn Vermet in op de rol van doopsgezinden tijdens de slavernijtijd. Er waren mensen die meededen aan de slavenhandel, en mensen die daartegen protesteerden. Ook verwees hij al naar de verhalen die hierna zouden worden verteld. Meer gebeden en liederen en het slotlied: “Sing a new world into being”, per ongeluk op de verkeerde melodie, maar dat werd aan het eind weer rechtgezet en het gaf helemaal niet.
Na deze korte viering was het tijd voor het verhaal van Eva Maboyo, historica. Dit zei ze er zelf over (op Linked In): “Ik vertelde over mijn reis van 25 jaar ervaring met (de erfenis van) de Trans-Atlantische slavernij. Zowel professioneel als privé. Ik deelde de drie punten waardoor ik denk dat deze geschiedenis uniek is en het waard om vandaag de dag nog aandacht aan te besteden: de duur, de ontmenselijking en de rol van Nederland. Ik liet zien waarom het mij raakt, als vrouw en moeder van diegene die in Nederland niet gebruik kunnen maken van het witte privilege dat ik wel heb. Ik gebruikte de metafoor van een stinkende open wond. Zolang de wond nog vol zit met vuil (racisme), zolang we niet ons best doen om die wond schoon te maken (door ongelijkheid aan te pakken) zolang we niet antibiotica toedienen (door discriminerende retoriek direct de kop in te drukken) en zolang we de wond niet verbinden (door elkaar in werkelijke gelijkwaardigheid te ontmoeten), zolang zal de komma geen punt worden.”
Met een kopje koffie en een koekje spraken we hier verder over, met – zo was de opdracht- onbekende mensen die we nog niet eerder hadden ontmoet.
Hierna vertelde Linda Nooitmeer, expert in koloniale geschiedenis en oud-bestuurslid van het nationaal instituut Nederlands slavernijverleden (NiNsee): “Geschiedenis is niet statisch, we kunnen ons intergenerationeel trauma genezen door het koloniale systeem van superioriteit en minderwaardigheid los te laten.” Maar waar zij mee begon, maakte op mij de meeste indruk: het voorlezen van de 68 achternamen van de families die na het afschaffen van de slavernij zelf hun achternaam mochten kiezen. “Mijn achternaam is een symbolische handeling van verzet door mijn Surinaamse voorouders, een getuigenis van de weigering om toe te staan dat de verschrikkingen van de slavernij zich herhalen.” En omdat er meer dan 24 leden van de familie Nooitmeer waren, en de ambtenaar dat blijkbaar teveel mensen vond met dezelfde achternaam, moesten de overige zeven een andere achternaam kiezen. Dat werd Nimmermeer, dezelfde gedachte, dezelfde daad van verzet.
Ook hierna spraken we weer met mensen die we niet kenden, met de vraag in ons achterhoofd of we zelf wel eens te maken hadden gehad met buitensluiting.
Daarna feest: pindasoep (door Roger gemaakt) en Surinaamse broodjes, een gedicht werd voorgedragen, een prachtig geklede mevrouw maakte een klein dansje. We spraken met nieuwe mensen. Een waardige viering, hopelijk volgend jaar weer. Hartelijk dank dat we erbij mochten zijn.
Claartje van der Grinten




Opmerkingen