Geloven is niet populair
- Rolanda Correia
- 6 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Maar toch is het belangrijk
Geloven is niet populair. Hij of zij is gelovig? Je blijkt welhaast tot een bijzondere diersoort te behoren die goed en wel op afzienbare tijd tot het verleden gaat behoren. Dus, nee, ik ben niet religieus, als mensen die vraag aan hen gesteld krijgen. Hooguit als uitwijkmogelijkheid: spiritueel. Dat kan er nog mee door, maar liever worden we er niet mee geconfronteerd. Er is dus een zekere moed voor nodig om er toch voor uit te komen. De redenen voor die afkeer zijn gemakkelijk aanwijsbaar. Wát er precies geloofd moest worden was eeuwenlang onderwerp van eindeloze theoretische debatten die

schijnbaar geen enkele gebruikswaarde hadden. Was Christus nu wel of niet opgestaan en mocht de Kerk hem nu wel of niet Gods zoon noemen? Zo maar enkele van de vele kwesties die met het woord geloof in verband konden worden gebracht. In een samenleving waar de christelijke kerken in de afgelopen decennia van het centrum naar de marge zijn opgeschoven, hebben debatten die daarover klonken in de hele samenleving weinig zin meer.
Islam
Toch werden die vragen ons als het ware opnieuw opgedrongen door de komst van de islam. Zij herinnerden ons weer aan die breedvoerige discussies die de christelijke kerken al dan niet met elkaar voerden. Weg er mee, was de maar al te begrijpelijke reactie. Ons wordt verteld dat we immers in een seculiere tijd leven. De vraag naar het persoonlijke heil, dat de godsdienst juist wilde beantwoorden, is buiten ons gezichtsveld geraakt. Van gelovigen zijn we nu vooral beschouwers geworden en kijken we hooguit wat er van onze gading is in onze religieuze erfenis.
We gaan daar op heel verschillende manieren mee om. Enerzijds heb je nu de cultuurchristenen. Daar hoef je niet gelovig voor te zijn. Je kunt waardering hebben voor religieuze muziek. Voor de Mattheüs Passion bijvoorbeeld, die in dit seizoen weer vele duizenden toehoorders trekt. Of voor het behoud van de mooie kerken die leeg zijn komen te staan. Of dat je bang bent dat feesten als Kerstmis en Pasen dreigen te verdwijnen. Maar uiteraard ook voor de waarden die door het christendom zijn uitgedragen. Dan vooral laten cultuurchristenen van zich horen en wordt het politiek. Ze verzetten zich tegen verdere uitbreiding en facilitering van de Islam, wat wordt bereikt door middel van het toestaan van nieuwe moslimscholen. Ze roepen soms ook het spookbeeld op van een groeiende invloed van de moslims die de hele samenleving op zijn kop zal zetten, omdat je in dit land nu eenmaal gelijke rechten hebt wanneer je je netje gedraagt.
Authentieke boodschap
Anderzijds zijn er ook wat ik noem de authentieke christenen. Het gaat hier zeker ook om jongeren, die de boodschap van Jezus dwars door alle theologische discussies waarmee deze ooit werd omgeven, opnieuw hebben ontdekt Zij kennen die oude ballast niet en kunnen er daarom een richtsnoer in vinden dat hen engageert voor hun verdere leven, en dat elders in de maatschappij niet te vinden is. Want de moderne postchristelijke samenleving erkent – in naam van de gelijkheid? – geen enkel geloof. Maar dan moet de vraag gesteld worden of een samenleving eigenlijk zo’n richtsnoer zelf niet broodnodig heeft? Hoe moeilijk dat werd gevonden beseffen we pas goed als we terugdenken aan de discussies die ruim twintig jaar geleden werden gevoerd over de Europese grondwet. Moest daar niet een verwijzing in komen te staan naar de christelijke wortels van Europa? Vele landen, waaronder met name Polen en het Nederland onder leiding van Peter Balkenende, waren daarvoor. Het land dat zich daar het scherpst tegen verzette was echter Frankrijk. Gevolg van een cultuurstrijd aldaar, waarin de katholieke kerk al lang het onderspit had moeten delven tegen de erfgenamen van de Verlichters. Die grondwet kwam er overigens niet om een andere redenen. Maar de vraag blijft relevant: is een Europese Unie die puur economisch en materialistisch denkt op de langere termijn wel houdbaar? Is daar in de dolgedraaide Trumpiaanse wereld van vandaag, waar burgerlijke vrijheden en rechten voor iedereen op het spel staan, niet juist een moreel fundament voor nodig?
Paul van Velthoven




Opmerkingen