Nederland en Kaapverdië op het WK
- Rolanda Correia
- 21 jul
- 3 minuten om te lezen

Het zal u waarschijnlijk niet ontgaan zijn dat Kaapverdië een enorme stunt heeft uitgehaald op het WK. Vaak droomden wij ervan hoe mooi het zou zijn als Kaapverdië ooit aan het WK zou deelnemen, en ineens werd die droom werkelijkheid.
Ik ben altijd een Oranje-aanhanger geweest, maar nu had ik twee teams om aan te moedigen. Ik kan u eerlijk vertellen dat ik niet al te veel verwachtte van het Kaapverdiaanse elftal. Zeker niet toen ik zag dat Spanje en Uruguay – beide voormalige wereldkampioenen – de tegenstanders waren in de groepsfase.
Maar na de eerste wedstrijd tegen Spanje, waarin Kaapverdië zelf niet scoorde maar ook alles op alles zette om Spanje van het scoren af te houden, kwam mijn Kaapverdiaanse identiteit naar boven. Als wij ergens in geloven, dan gaan we ervoor. Die mentaliteit van de Kaapverdiaanse voetballers werd zichtbaar bij alle Kaapverdianen. Ook bij mij: geboren in Nederland, met Kaapverdiaanse ouders, en opgegroeid met de vraag wie ik nu eigenlijk was. Pas later, in mijn jonge jaren, leerde ik beide culturen te omarmen. Sindsdien noem ik mezelf met trots een “Kaapverdiaanse Nederlander”.
Tijdens een WK (of EK) ben ik altijd in het oranje gekleed om Nederland te steunen. Dit jaar kwam daar een kleur bij: van Oranje, de leeuwen, naar het blauw van de Blauwe Haaien. Mijn kinderen en zelfs mijn man – die honderd procent Kaapverdiaan is – deden daar enthousiast aan mee.
Waar Oranje een goede groepsfase speelde, bleef Kaapverdië verrassen. Ook tegen Uruguay sleepten zij een gelijkspel uit het vuur, ditmaal mét doelpunten. Uiteindelijk plaatsten beide landen zich voor de volgende ronde. Voor Nederland was dat min of meer vanzelfsprekend, maar voor Kaapverdië bleven we geschiedenis schrijven.


Nederland moest vervolgens aantreden tegen Marokko. Dat dit geen gemakkelijke wedstrijd zou worden, konden we verwachten. We waren immers niet vergeten dat Marokko tijdens het vorige WK de halve finale had bereikt. De kinderen en ik waren daarom extra vroeg gaan slapen, zodat we om drie uur 's nachts, volledig in het oranje gekleed, klaar zaten voor de wedstrijd. Zoals u weet liep die uit op een teleurstelling: Nederland vloog uit het toernooi.
Voor mijn zoon Navíd en mij, de twee grootste voetballiefhebbers van het gezin, deed dat pijn. We wilden niet geloven dat het voorbij was. De oranje shirts konden weer terug de kast in.
Gelukkig hadden we nog Kaapverdië om voor te juichen. Maar nu wachtte Argentinië, met niemand minder dan Messi. Dat zou een loodzware opgave worden.
Toch lieten de jongens opnieuw zien waar wij voor staan: opgeven kennen wij niet. Ze maakten het de Argentijnen bijzonder moeilijk. Die hadden vermoedelijk gedacht dat de wedstrijd in negentig minuten beslist zou zijn, maar de Kaapverdianen hadden een ander plan. Argentinië wist niet wat het meemaakte.
Deze Kaapverdiaanse spelers waren niet naar het WK gekomen om slechts als 'klein voetballand' aanwezig te zijn. Nee, zij kwamen om te laten zien dat zij op dit podium thuishoren. Hun geloof in eigen kunnen werd het geloof van Kaapverdianen over de hele wereld – en eigenlijk ook van vele andere voetballiefhebbers.
Ook zij kwamen de knock-outfase uiteindelijk niet door, maar zij verlieten het toernooi met opgeheven hoofd. Het voelde niet als een nederlaag, maar als een overwinning. Overal ter wereld werd in kranten en door voormalige voetbalhelden niet zozeer gesproken over Argentinië, dat had gewonnen, maar over Kaapverdië, dat zich zo knap staande had gehouden. De ploeg kreeg applaus van vriend en vijand. Zelfs Messi sprak de spelers met lovende woorden toe.
De oranje shirts gaan weer terug de kast in, totdat Koningsdag zich aandient. Maar de blauwe shirts zullen we nog vaak dragen, om dat bijzondere gevoel van de wedstrijden tegen Spanje, Uruguay en Argentinië opnieuw te beleven.
En misschien is dat wel de grootste winst van dit WK: dat ik met trots Kaapverdiaanse én Nederlandse mag zijn. Mij is twee culturen gegeven, en juist daarin heb ik geleerd dat je niet hoeft te kiezen, maar beide met dankbaarheid mag omarmen. Ik hoop van harte dat mijn kinderen dat later ook zo zullen ervaren.
Rolanda Correia – da Costa




Opmerkingen