top of page

Het is niet logisch!

Voorburg, 19 juni 2026

 

Lieve Lucas en Felix,

 

De aap moet nu maar eens uit de mouw! Ik schrijf deze brieven niet zonder reden. Ik schrijf ze, omdat ik ‘geloof’. Ik geloof in God en in het rijk van God. Wat dit precies inhoudt weet ik zelf niet zo precies. Daardoor wordt het al gauw een beetje zweverig. Jullie zullen misschien vragen: “Wat heeft geloven voor zin?” Laat ik het erop houden dat het mij helpt, als ik even niet goed weet wat ik moet doen. Dat is ook de reden dat ik er met jullie over spreek en schrijf: ik gun jullie het geloof dat ‘het wel goed kan komen’, als we maar ons best blijven doen.

 

Als jullie deze brieven teruglezen, zullen jullie merken dat ze bijna allemaal over geloven en vertrouwen gaan. Ik schreef over geloven in Sinterklaas. Een andere brief ging over vertrouwen op een plan voor een Lego-gebouw, gemaakt door iemand die je niet kent. Geloven in personen en geloven in plannen hebben natuurlijk met elkaar te maken: als je in iemand gelooft, dan wil je ook wel geloven dat hij goede plannen heeft; en als iemand steeds opnieuw met goede plannen komt, dan ga je in hem geloven.

 

Geloven is best moeilijk, vooral als je de persoon niet goed kent en ook niet precies weet wat zijn plannen zijn. Geloven in God is helemaal moeilijk, want niemand heeft Hem ooit gezien. Toch geloof ik in Hem en zijn plan. Nu zullen jullie zeggen: “Maar opa, je hebt toch ook geschreven dat niet iedereen te vertrouwen is? Wij moesten toch voorzichtig zijn met geloven?”

 

Ja, lieve Lucas en Felix, dat klopt. Toch vind ik dat ik genoeg van God heb gezien en gehoord om in Hem te geloven. Ik ken Hem bijvoorbeeld uit de verhalen over Jezus, die ik al in mijn vorige brief heb genoemd. Maar ik kan niets bewijzen. Ik heb zelf mijn geloof meegekregen van mijn vader en moeder. Laat ik jullie een verhaal vertellen van toen ik jong was.

 

Toen ik ongeveer twintig jaar was, geloofde ik nauwelijks meer. Ik studeerde en had wel andere zaken aan mijn hoofd. Ik vond het maar vreemd dat mijn vader en moeder nog wel geloofden. Op een dag vroeg ik aan mijn vader: “Pa, ik weet dat je in God gelooft. Maar dat is toch niet logisch? Wat weet je nu van Hem?”

Mijn vader vertelde toen het volgende verhaal: “In mei 1940 brak de oorlog uit. Omdat ik in 1937 in militaire dienst was opgeleid tot navigator, werd ik met spoed opgeroepen voor één van de weinige bommenwerpers van het Nederlandse leger. Maar het was al niet meer nodig. Met een overmacht aan vliegtuigen bombardeerden de Duitsers Rotterdam. Wij zagen het gebeuren vanaf een plat dak aan de rand van de stad, machteloos. Al snel stond de stad in brand. Mijn vliegtuig zou nooit opstijgen… Op dat moment wist ik zeker dat er een God is. Hij moest er gewoon zijn!”

Ik was helemaal beduusd. Mijn vader had wiskunde gestudeerd en redeneerde altijd strikt logisch. Maar dit verhaal klonk absoluut niet logisch: een hele stad in brand, en dan denken dat er een goede God bestaat… Na een lange stilte zei mijn vader: “Ik weet het: dit is niet logisch. En toch wist ik het op dat moment zeker!”

 

Het vreemde is dat ik zelf sinds dat gesprek opnieuw ben gaan geloven - op een eigen manier, anders dan mijn vader. Je mag wel zeggen dat ik geloof, omdat mijn vader geloofde. Dat was een man die ik helemaal vertrouwde. Niet dat ik nooit twijfel, maar het geloof heeft mij nooit helemaal verlaten. Ik ben er blij om, want tegenwoordig staan er weer veel steden in brand. Ik durf te hopen dat het met vereende krachten toch weer goed komt. Dat geloof ik, en dat hoop ik. Geloven is een mysterie.

 

Opa Han

Opmerkingen


070-390-5731

©2022 by Parochie De Verrezen Christus.

bottom of page