“Hij praat mij na!”
- Rolanda Correia
- 20 mei
- 2 minuten om te lezen
Voorburg, 5 mei 2026
Lieve Lucas en Felix,
In mijn vorige brief schreef ik dat jullie niet al te gemakkelijk iemand moeten geloven en vertrouwen. Toch is zeker niet slecht om tenminste te beginnen met een beetje vertrouwen, zelfs in vreemden. Jullie zijn daar goed in. Een paar dagen geleden vertrouwde jij, Felix, je toe aan de armen van opa in de woeste wild¬water-baan! Opa vond het zelf ook wel spannend! En jij, Lucas, wist twee jaar geleden zeker dat opa jou niet zou laten vallen op je eerste fiets met trappers. Jullie kunnen nu eenmaal nog niet alles zelf en willen dus worden geholpen door iemand die jullie vertrouwen. En soms is het ook wel eens handig om te doen of je iets niet kunt, zoals het opruimen van speelgoed; daar zijn dan opa en oma goed voor!…
Laatst klaagde Lucas: “Opa, Felix praat mij steeds na. Dat vind ik vervelend.” Ja Lucas, dat kan heel vervelend zijn. Het is zelfs een vorm van plagen. Maar in dit geval doet Felix het niet om jou te plagen. Hij is nu net drie geworden en vindt juist dat jij alles zo goed doet en zegt. Als jij zegt: “Opa, mag ik naar een filmpje kijken? Het is vast al vijf uur!” Dan zegt Felix: “Het is vast al vijf uur!” Opa zegt dan: “Jullie hebben gelijk. Het is al vijf uur en we hebben afgesproken dat jullie dan een filmpje mogen kijken.” Kortom, het werkt gewoon, zoals Lucas het doet. En goed voorbeeld doet goed volgen. Dus Lucas, je mag er trots op zijn dat Felix jou napraat. Hij vertrouwt jou zo dat hij op jou wil lijken! Trouwens, ik zie hetzelfde bij jou, want jij wilt ook net zo goed kunnen koken en klussen als papa en mama!

Beiden kijken jullie heel goed naar voorbeelden van wat werkt. Het is jullie tweede natuur; wat zeg ik, het is nu nog jullie eerste natuur! Eerst kijken jullie of iemand iets leuk vindt om te doen, daarna kijken jullie hoe hij of zij het doet, en uiteindelijk proberen jullie het zelf. Het is heerlijk jullie zo te zien leren, zo zonder vooroordelen. Alles krijgt van jullie een kans. Opa moet bekennen dat hij daar minder goed in is. Best vaak denkt hij: “Zoiets heb ik vroeger al eens gezien; dat werkt toch niet!”
Er was eens een wijs man. Hij heette Jezus. Hij zag dat heel veel grote mensen vastgeroest zaten in patronen. Zij gaven bijvoorbeeld andere mensen geen eerlijke kans, als die iets nieuws wilden proberen. Jezus dacht: “Op die manier verandert er niets, terwijl er toch zoveel dingen beter kunnen.” En toen zei hij zoiets als: “Jullie, grote mensen, moeten een voorbeeld nemen aan kinderen. Wees eens lekker naïef! Doe maar eens gek. Probeer iets onmogelijk moois. En doe dat vooral samen, met mensen die je vertrouwt. Doe dus als kinderen!” Lucas en Felix, jullie mogen altijd tegen opa zeggen: “Opa, probeer eens iets nieuws. Kijk naar ons: wij doen het tegenwoordig zo!”
Opa Han




Opmerkingen