Kerstgedicht: Kerstmis voorbij
- Rolanda Correia
- 17 dec
- 1 minuten om te lezen
Anton van Duinkerken
Weer was het kerstnacht, Heer, Gij ziet ons leven slijten:
Poging, mislukking, zonden, zelfverwijten
Lossen eentonig-eender af.
Gij kent de weg van onze wieg naar ’t graf
Geheel van buiten -, hebt zo vaak dat spel gezien.
‘Brengt Kerstmis nú verbetering misschien?
Vraagt Gij elk jaar, wanneer wij zitten dromen
Over de nacht, dat Gij op aarde zijt gekomen:
Engelen zingen in de winterlucht.
De nacht was vlijmend koud. Het vroor geducht.
En het begon wat ijzelig te sneeuwen:
‘Glorie aan God in de eeuwen der eeuwen,’
Hoorden de herders zongen. En de stem
Van Gabriel wees hun de weg naar Bethlehem
Dat is bijna tweeduizend jaar geleden
En wij vergeten snel. Wanneer wij heden
Uw kerstnacht vieren als een aardig feest
Begrijp gij ons, het is zo mooi geweest:
Die stal, die herders en die jubelzangen.
Het mooie bleef in ons geheugen hangen.
Zo zijn wij allemaal. Gij kent ons van nabij.
Weer was het kerstnacht, Heer! O Heer, heb medelij!

